- Plea for Bruegel
- Posts
- Graaf Jan van Horne op bezoek in en bij Bruegel?
Graaf Jan van Horne op bezoek in en bij Bruegel?
Poging tot gelaatsherkenning
Waren het graaf Jan van Horne en zijn dame die een bezoek aan de pachthoeve brachten?
Het belang van het schilderij Bezoek aan de pachthoeve voor de studie van Pieter Bruegel de Oude is nauwelijks te overschatten. Het originele schilderij is spijtig genoeg verloren gegaan, maar zijn zonen hebben het herhaaldelijk nageschilderd. In dit schilderij ‘vertelt’ Bruegel ons heel veel over hemzelf en zijn afkomst.

Jan Brueghel de Oude, 1597, Kunsthistorisches Museum, Wenen
Het schilderij wordt beschouwd als de weergave van een jeugdherinnering van de schilder aan een bezoek van de heer en zijn dame aan de pachthoeve van zijn ouders. Sinds decennia was het geslacht Horne, en dus de titelvoerende graaf, heer van Weert, Altena, Nevele, Cortessem, Bocholt en Bruegel. Zij hadden verspreid over hun bezittingen onder meer pachthoeves. In Grote Brogel was er minstens één dergelijke grote pachthoeve van de graaf van Horne, de Grote Hoeve (later, en nog steeds, Ooievaarsnest genaamd) op het gehucht Laar.
Vanaf 1531 was het Jan van Horne, die zijn kinderloos overleden broer Jacob III van Horne, opvolgde als graaf van Horne en zijn kinderloos overleden zuster Margaretha van Horne en schoonbroer, Everhard IV de la Marck als heer van Bocholt en Grote Brogel.
Hij verliet daarvoor, met dispensatie van de paus, de geestelijke stand en trouwde met Anna Van Egmond, die einde 1529 weduwe was geworden door het overlijden van haar eerste echtgenoot Jozef de Montmorency.[1] [2] Zij was de moeder van Filips de Montmorency, de stiefzoon van graaf Jan van Horne die hem later opvolgde als Filips van Horne, en die op 5 juni 1568 op de Grote Markt van Brussel samen met graaf Lamoraal van Egmont onthoofd werd na veroordeling tot de dood door de Raad van Beroerten.
Het aantreden van een nieuwe graaf/heer zou een logische aanleiding voor het bezoek aan de pachthoeve kunnen geweest zijn.
De geboorte van Pieter Bruegel de Oude wordt op basis van het jaar van zijn inschrijving in de Liggeren van de Sint-Lucasgilde te Antwerpen, 1551, doorgaans gesitueerd tussen 1525 en 1530. Nils Büttner heeft goede argumenten om uit te komen op 1527-28.[3] Als het bezoek aan de pachthoeve kort na het aantreden van graaf Jan van Horne te situeren is, wat aannemelijk lijkt, vond het plaats in 1531 of eerder in de lente van 1532. Toen was de kleine Pieter dan 5-6 jaar.
Terug naar het schilderij. Op de vloer en de rug van de zitbank zijn de tekeningen van de kleine jongen duidelijk zichtbaar. De tekeningen op de bank zijn divers en schijnbaar van iets oudere datum. De schetsen op de vloer … zijn nog helemaal niet af: een boomstronk, een stuk boom met enkele eikenbladeren, enkele strepen die een beek moeten worden… Het is alsof de kleine bengel werd onderbroken bij het tekenen door het binnenkomen van de bezoekers.


Het is vooral opmerkelijk dat dit zo belangrijk detail alleen op de kopie van Jan de Oude duidelijk te zien is, en bij alle andere kopieën is verdwenen. In ieder geval staat de kopie van Jan het dichtst bij het origineel van zijn vader.
Wat wil Bruegel ons met dit schilderij vertellen? Evoceert hij een cruciaal moment van zijn leven, namelijk de ontdekking van zijn uitzonderlijke talent door de heer van Groot Bruegel en zijn dame en de kansen die hij daardoor kreeg?
Wij stelden ons de vraag naar de mogelijkheid om de heer die de pachthoeve bezoekt te identificeren. Zou er fysieke gelijkenis bestaan met graaf Jan van Horne? Om dit te onderzoeken gingen wij op zoek naar afbeeldingen van Jan van Horne. Wij vonden er op de prachtige glasramen van de Sint-Jacobskerk te Luik.

Sint-Jacobskerk, Luik

Sint-Jacobskerk, Luik – foto Luc Savelkoul

Sint-Jacobskerk, Luik – foto Luc Savelkoul)

Sint-Jacobskerk, Luik – foto Luc Savelkoul)

(Joha graeff tzo hoern, heer’ tzo’ Altena, Weerdt, Cortezshem, Avelghem, Bocholt un tzo Broeghel, Sint-Jacobskerk, Luik – foto Paul Capals)

(Joha, graeff tzo hoern, heer’ tzo’ Altena, Weerdt, Cortezshem, Avelghem, Bocholt un tzo Broeghel, Sint-Jacobskerk, Luik – foto Paul Capals)
De glasramen in de koorvensters van de Sint-Jacobskerk, toegeschreven aan het atelier van Nicolaas Rombouts, dateren van de periode 1525-1531 en tonen dus een weergave van het voorkomen van Jan van Horne tijdens zijn periode als kanunnik bij het Sint-Lambertuskapittel te Luik, minstens enkele jaren voor het bezoek aan de pachthoeve dat omstreeks 1531-32 moet gesitueerd worden. Jan van Horne was de schenker van deze glasramen zodat mag aangenomen worden dat hij erop toegezien heeft dat zijn beeltenis gelijkend zou zijn.
Bruegel zou de eerste versie van het Bezoek aan de pachthoeve, die verloren gegaan is, geschilderd hebben in 1567-68. De oudste nog bewaarde versie van zijn zoon Jan Brueghel de Oude bevindt zich in het Kunsthistorisches Museum te Wenen en dateert van 1597. De close-up van de heer die samen met zijn dame de pachter bezoekt is genomen uit dit werk, een kopie van het origineel, origineel dat Pieter Bruegel de Oude meer dan 35 jaar na de gebeurtenis schilderde.
Wij zijn er ons terdege van bewust dat wij ons met deze oefening op glad ijs begeven, gelet op de slechts benaderende getrouwheid van afbeeldingen van personen in grafische kunst, zeker als het zoals bij Bezoek aan de pachthoeve niet gaat om een portret. Grafische kunst blijft uiteindelijk altijd een product van een combinatie van menselijke waarneming en vaardigheid, maar hoe dan ook kan niet ontkend worden dat er enige gelijkenis bestaat tussen de beeltenis van de Jan in Luik en deze van de (iets oudere) graaf Jan in de pachthoeve. De beeltenissen hadden ook zoveel van elkaar kunnen verschillen dat overeenstemming volledig kon uitgesloten worden maar het tegendeel is waar. In een gerechtelijk onderzoek zou de ene tekening als een geslaagde robotfoto van de andere beschouwd worden en vice versa. Beschikte Bruegel over een tekening van Jan van Horne? Of over een fotografisch geheugen?
Wij nodigen de lezer uit zich zelf een oordeel te vormen.

Links Jan van Horne in de Sint-Jacobskerk te Luik. Rechts Jan van Horne op Bezoek aan de pachthoeve.

Jan van Horne, heer van Altena, Weert, Cortessem, Avelgem, Bocholt en Brueghel, Sint-Jacobskerk, Luik – eigen foto, gespiegeld)
De eerlijkheid gebiedt te melden dat er nog andere glasramen bestaan met afbeeldingen van Jan van Horne.
Met zijn echtgenote, Anna van Egmond, staat hij afgebeeld op een 16de-eeuws glasraam, afkomstig van de abdijkerk van Herkenrode te Hasselt-Kuringen, dat zich heden ten dage bevindt in de kathedraal van Lichfield (Staffordshire, UK).[4] De glasramen van Herkenrode zijn samengebracht in zeven vensters van de Lady Chapel in de kathedraal van Lichfield. Zij stellen scènes voor uit het Nieuwe Testament en afbeeldingen en wapenschilden van de schenkers, historische figuren uit de 16de eeuw, en behoren tot de best bewaarde glaswerkensembles uit de Vlaamse renaissance. Ze vallen op door de uitzonderlijke kwaliteit van hun technische uitvoering, door de tekening, de kleuren en de wijze waarop het glas werd gesneden. Zij zijn van de hand van twee kunstenaars, Marten Tymans uit Antwerpen en Lambert Spulbergh uit Mechelen en dateren van de jaren 1532-1539. Stijlstudie onthult een sterke invloed van de Antwerpse school en het gebruik van getekende of gegraveerde composities afkomstig uit het atelier van Pieter Coecke van Aelst, die postuum Bruegels schoonvader werd. Abdis Mechtildis de Lechy liet ze maken. In 1802 werden ze door de toenmalige eigenaar van de abdij verkocht aan een Engelse zakenman op doorreis die ze grotendeels verkocht aan de anglicaanse kathedraal van Lichfield. In 2015 werden zij grondig gerestaureerd.[5]
De vergelijking van de twee hoger besproken beeltenissen met deze van Lichfield noopt tot relativering van deze oefening: graaf Jan van Horne heeft in Herkenrode/Lichfield licht gekleurd en in Luik donker haar… Mogelijk kan de bedoeling om de schenker te behagen door hem jonger en aantrekkelijker voor te stellen hiervoor een verklaring zijn?
Een vergelijking van de Anna van Egmond in Lichfield met de dame van het Bezoek aan de pachthoeve is zo goed als onmogelijk. Hoogstens kan gezegd worden dat de dame van het Bezoek aan de pachthoeve, wiens gezicht op het schilderij slechts beperkt zichtbaar is, jonger lijkt dan de graaf en lichtgekleurd haar heeft, wat overeenstemt met de feiten en met de beeltenis van Anna in Lichfield. Jan van Horne werd geboren ca. 1480, Anna van Egmond in 1504. Hij zou in 1531 dus ca. 50, zij ca. 26 jaar geweest zijn. De kleine jongen die naar haar opkijkt lijkt ca. 5-6 jaar oud, bij benadering de leeftijd van Bruegel op dat ogenblik. Afgaand op de leeftijden lijkt het tafereel temporeel inpasbaar in het tijdpad van Bruegel.

Jan van Horne en Anna van Egmond in Herkenrode/Lichfield

Jan Brueghel de Oude, 1597, Bezoek aan de pachthoeve (detail), Kunsthistorisches Museum, Wenen

Anna van Egmond in Herkenrode/Lichfield
Een derde glasraam met een afbeelding van Jan van Horne, niet als graaf maar als provoost van het Sint-Lambertuskapittel te Luik, bevindt zich in de Trinity Chapel van de Saint Marykerk te Shrewsbury (Shropshire, UK). Een geknielde Jan van Horne draagt een wit kleed, met links van hem Sint-Lambertus en rechts Sint-Johannes de Evangelist. Over de herkomst van dit glasraam bestaat onduidelijkheid. Het zou afkomstig zijn van Munsterbilzen.[6] De beschikbare digitale foto van het glasraam laat niet toe de gelaatstrekken te vergelijken maar wel de haarkleur en die is…donker. Dat maakt twee afbeeldingen van Jan van Horne met donker haar, een met lichtgekleurd haar.

(Trinity Chapel, St Mary’s Church, Shrewsbury)[7]

Jan van Horne in Munsterbilzen/Shrewsbury

Jan van Horne in Munsterbilzen/Shrewsbury
Conclusie:
Levert deze oefening een overtuigend bewijs op van de veronderstelling dat Bruegels Bezoek aan de pachthoeve de graaf en gravin van Horne en zijn ouderlijke hoeve afbeeldt? Mocht ze alleen staan en niet inpasbaar zijn in andere onderzoeksresultaten, dan zou dit een toch wel interessante aanwijzing kunnen genoemd worden. In het licht van het geleverde bewijs van Bruegels Loonse afkomst moet vastgesteld worden dat de herkenbare persoonskenmerken verenigbaar zijn met de veronderstelling dat het Bezoek aan de pachthoeve de graaf en gravin van Horne op bezoek bij de familie Bruegel voorstelt en zo promoveert deze aanwijzing tot een aanvullend bewijs van Bruegel’s Loonse afkomst.
Het feit dat Bruegels afstammelingen het werk meermaals hebben nageschilderd lijkt erop te wijzen dat de familie er een speciale band mee had. Misschien omdat het een cruciale episode uit het leven van hun stamvader weergeeft, namelijk de ontdekking van diens uitzonderlijke talent bij het bezoek van de heer aan de pachthoeve van zijn ouders, gebeurtenis die voor hem de weg naar het kunstenaarschap opende?
Noten:
[1] Bij het aantreden van graaf Jacob III van Horne(°ca. 1480, †Vercelli, 15 augustus 1531) in 1502 kwam de heerlijkheid Bocholt als bruidsschat aan Everhard IV van der Marck, heer van Arenberg (°datum en plaats onbekend, †Brussel, 22 november 1531) en zijn gemalin Margaretha van Horne(°datum en plaats onbekend, †Weert, 30 augustus 1522), dame van Bocholt. Dit huwelijk maakte een einde aan een decennialange (ook gewapende) strijd tussen het Huis van Horne en het Huis van der Marck. Bij het overlijden van Everhard IV van der Marck bleef de heerlijkheid Bocholt in het bezit van het Huis van Horne. Everhard IV van der Marck was een volle neef van Everhard/Erard van der Marck(°Sedan, 31 mei 1472, †Luik, 16 februari 1538), prinsbisschop van Luik van 1505 tot aan zijn dood in 1538
[2] Jozef de Montmorency, ° ca. 1497,†Bologna, 10 december 1529, maakte op datum van zijn overlijden deel uit van het gevolg van Karel V dat onderweg was naar diens kroning tot keizer
[3] Büttner, N., Bruegel, de schilder van boeren en heiligen, Meulenhoff, Amsterdam, 2019, 15; Savelkoul L., Pieter Bruegel de Oude. Plejdoe:j vuur Bruegel, Paal, 2023, 78. Andere onderzoekers situeren de geboorte van Bruegel eerder in 1526. Zo onder meer Christina Currie en Dominique Allart. Meer hierover later in het artikel van Fons Tuyaerts en de Bruegelkring “Pieter Bruegel de Oude is hoogstwaarschijnlijk geboren in 1526.” (in voorbereiding)
[4] Lecocq, I. en Vanden Bemden, Y., The Stained Glass of Herkenrode Abbey, The British Academy by Oxford University Press, 2021, 267-276
[6] Lecocq, I. en Vanden Bemden, Y., o.c., 405-406